C-peptide
In het kort
Section titled “In het kort”- C-peptide is een marker voor endogene insulineproductie (exogene insuline bevat geen C-peptide)
- Altijd interpreteren samen met glucose, kliniek, medicatie én nierfunctie
- Stabieler dan insuline als maat voor beta-celsecretie
- Bij verminderde nierfunctie kan C-peptide vals verhoogd zijn
- Nuchter meten en trends volgen werkt in de praktijk vaak uitstekend
Relatie met insuline
Section titled “Relatie met insuline”Beta-cellen scheiden insuline en C-peptide in gelijke molhoeveelheid uit (equimolair). Daardoor is C-peptide een marker voor endogene secretie — exogene insuline bevat geen C-peptide.
| Kenmerk | Insuline | C-peptide |
|---|---|---|
| Klaring | Variabel (first-pass lever) | Voornamelijk renaal |
| Halfwaardetijd | Kort | Langer |
| Stabiliteit | Variabeler | Stabieler als maat voor secretie |
- Nuchter C-peptide is goed bruikbaar als baseline-inschatting van beta-celfunctie, mits altijd samen met nuchtere glucose en met expliciete weging van nierfunctie
- Voor maximale diagnostische scherpte bij typeclassificatie kan een gestimuleerde bepaling nuttig zijn, maar consistent nuchter meten en trends volgen werkt in de praktijk vaak uitstekend
Snelle interpretatie (volwassenen)
Section titled “Snelle interpretatie (volwassenen)”Handvatten; cut-offs verschillen per lab/assay. Omrekening: 1000 pmol/L = 1.0 nmol/L.
| C-peptide | Interpretatie |
|---|---|
| < 0.2 nmol/L | Sterke insulinedeficiëntie; vaak type 1 of eindstadium beta-celuitputting. Meestal insuline-afhankelijk |
| 0.2-0.6 nmol/L | Intermediair; combineer met autoantistoffen en kliniek; herhaal bij verandering |
| > 0.6-0.7 nmol/L | Duidelijke restsecretie; vaker passend bij type 2 of trage auto-immuunprogressie |
Bij verdenking LADA
Section titled “Bij verdenking LADA”| C-peptide | Beleid |
|---|---|
| < 0.3 nmol/L | Vaak beleid als type 1 |
| 0.3-0.7 nmol/L | Grijs gebied met monitoring |
| > 0.7 nmol/L | Vaak beleid als type 2 met herbeoordeling bij verslechtering |
Nierfunctie
Section titled “Nierfunctie”C-peptide wordt grotendeels via de nieren geklaard. Bij verminderde nierfunctie kan serum C-peptide verhoogd zijn door verminderde klaring, zonder dat de pancreas meer insuline produceert. Hierdoor kunt u beta-celfunctie overschatten.
- Neem eGFR/creatinine standaard mee
- Bij duidelijk lagere eGFR: wees terughoudend met absolute cut-offs; gebruik vooral trends onder vergelijkbare omstandigheden
- Bij (zeer) lage eGFR/dialyse: C-peptide is ongeschikt om type 1 vs type 2 te onderscheiden; leun dan meer op kliniek, antistoffen en behandelrespons
HOMA-IR op basis van C-peptide
Section titled “HOMA-IR op basis van C-peptide”Voor insulineresistentie-inschatting is HOMA2 geschikter dan de originele lineaire HOMA-IR, omdat de relatie tussen glucose en secretie niet lineair is. HOMA2 kan, afhankelijk van implementatie, ook met C-peptide rekenen (in plaats van insuline).
- Oxford HOMA2 (DTU) is de klassieke referentie-implementatie
- HOMA is een nuchtere steady-state benadering; bij sterk variabele glucose of ernstige nierfunctiestoornis is interpretatie kwetsbaarder
Veelgestelde vragen
Wat is C-peptide?
C-peptide is een eiwit dat samen met insuline door de beta-cellen wordt uitgescheiden, in gelijke molhoeveelheden (equimolair). Het is een marker voor endogene insulineproductie - exogene insuline bevat geen C-peptide.
Waarom C-peptide meten in plaats van insuline?
Insuline wordt variabel geklaard (o.a. first-pass door de lever), terwijl C-peptide een langere halfwaardetijd heeft en stabieler is als maat voor secretie. Bij gebruik van insuline-injecties is C-peptide de enige manier om eigen productie te meten.
Hoe interpreteer ik een C-peptide uitslag?
Altijd samen met glucose: bij lage glucose kan lage C-peptide fysiologisch zijn. Bij hogere glucose duidt relatief lage C-peptide op tekortschietende secretie. Neem ook nierfunctie mee - bij verminderde nierfunctie kan C-peptide vals verhoogd zijn.
Wat betekent een lage C-peptide?
Onder 0.2 nmol/L wijst op sterke insulinedeficiëntie, vaak type 1 of eindstadium beta-celuitputting. Tussen 0.2-0.6 nmol/L is intermediair en vraagt om combinatie met autoantistoffen en kliniek. Boven 0.6-0.7 nmol/L is er duidelijke restsecretie.
Wanneer is C-peptide onbetrouwbaar?
Vermijd interpretatie vlak na DKA/HHS (tijdelijke suppressie) of direct na hypoglycemie (rebound). Bij sterk verminderde nierfunctie of dialyse is C-peptide ongeschikt voor typeclassificatie.
Medische Disclaimer: De informatie van Stichting Je Leefstijl Als Medicijn over leefstijl, ziektes en stoornissen mag niet worden opgevat als medisch advies. In geen geval adviseren wij mensen om hun bestaande behandeling te veranderen. We raden mensen met chronische aandoeningen aan om zich over hun behandeling goed door bevoegde medische professionals te laten adviseren.
Medical Disclaimer: The information provided by Stichting Je Leefstijl Als Medicijn regarding lifestyle, diseases, and disorders should not be construed as medical advice. Under no circumstances do we advise people to alter their existing treatment. We recommend that people with chronic conditions seek advice regarding their treatment from qualified medical professionals.